1) Operatie

Aantal jaarlijkse operaties (nieuwe patiënten)

Bijna alle Nederlandse ziekenhuizen voeren operaties uit bij nieuwe patiënten met borstkanker of een voorstadium hiervan (DCIS). Dat kunnen borstsparende operaties zijn, of operaties waarbij de hele borst wordt verwijderd, waarbij het doel is om de tumor te verwijderen. Het landelijk gemiddelde per ziekenhuis is 219 operaties per jaar (verslagjaar 2019). Dit noemen we ook wel ‘behandelvolume’.

Het aantal operaties zegt niet per se iets over de kwaliteit, zo zie je vaak dat academische ziekenhuizen (de ‘UMC’s) een lager behandelvolume hebben, maar bijvoorbeeld meer complexe borstkankers behandelen of zich richten op specifieke doelgroepen. Soms werken ziekenhuizen samen en opereren dezelfde chirurgen op verschillende locaties.

BVN vindt het van belang dat chirurgen die borstkanker behandelen hier veel ervaring mee hebben. Wij hebben echter geen inzage in het aantal operaties per chirurg.

Percentage patiënten snijvlakken niet schoon (borstsparende operatie)

Als er borstsparend wordt geopereerd, dan bestaat de kans dat niet al het tumorweefsel na de operatie verwijderd is. De snijvlakken zijn dan ‘niet schoon’. Dit kan betekenen dat er een heroperatie nodig is. Dit gebeurt gelukkig niet vaak – landelijk is dit 3% van de mensen met een borstsparende operatie. Elk ziekenhuis heeft een percentage van minder dan 15% (beroepsnorm).

Soms is het niet geheel duidelijk vooraf of er sparend kan worden geopereerd of dat er toch overgegaan moet worden op verwijdering van de gehele borst. Het is dan aan de patiënt om samen met de chirurg te kiezen voor een poging tot sparend operatie.

2) Contourbehoud borst

Op verschillende manieren kan (deels) de vorm van de borst na de eerste operatie waarbij de tumor wordt verwijderd behouden worden. Dat noemen we 'borstcountourbehoud'. Het landelijk gemiddelde borstcontourbehoud is 74%.

Steeds vaker opereert de chirurg samen met de plastisch chirurg om naast de verwijdering van de tumor ook de contour van de borst zo optimaal mogelijk te behouden (oncoplastische chirurgie).

Door borstsparend te opereren kan de vorm van de borst (deels) behouden worden. Door eerst te behandelen met chemotherapie (of in combinatie met een andere vorm van systemische behandeling zoals doelgerichte therapie bij een HER-2 positieve tumor of anti-hormonale therapie) kan daarna vaak borstsparend worden geopereerd omdat de tumor dan is gekrompen.

Tot slot kan de borstvorm behouden na verwijdering van de borst (amputatie) door in dezelfde operatie meteen een reconstructie van de borst te doen (directe borstreconstructie). In dit laatste geval gebeurt dat meestal door een prothese (eventueel voorafgegaan door een Tissue Expander (TE)) te plaatsen, al zijn er ook ziekenhuizen die deze operatie met lichaamseigen weefsel doen (zie onderdeel ‘directe borstreconstructie’).

BVN vindt het van belang dat patiënten vooraf geïnformeerd worden over de opties en mogelijke voor- en nadelen hiervan. Zo gaat een borstsparende operatie (direct, of na voorbehandeling met chemotherapie) meestal gepaard met bestralingen (radiotherapie), wat kans kleiner maakt op plaatselijke terugkeer van de tumor en vaak ook de overlevingswinst ten goede komt, maar wat wel nadelige (cosmetische) gevolgen kan hebben.

Het risico op terugkeer van de tumor - of uitzaaiingen vanwege borstkanker verschilt per persoon. Steeds vaker wordt bijvoorbeeld bij de oudere vrouw met een laag risico borstkanker ook de mogelijkheid om bestraling achterwege te laten samen met de patiënt besproken. Overleg dus altijd goed met de arts over wat het beste bij jou past.

3) Type directe borstreconstructies

De borstvorm kan behouden blijven na verwijdering van de borst (amputatie) door in dezelfde operatie meteen een reconstructie van de borst te doen (directe borstreconstructie). Er bestaan verschillende soorten directe reconstructies, zoals een reconstructie door een prothese te plaatsen. Er zijn er ook ziekenhuizen die deze directe reconstructie met lichaamseigen weefsel doen of een combinatie van beide technieken.

BVN heeft geen gegevens over de zogeheten ‘uitgestelde borstreconstructies’ – dit zijn reconstructies van de borst die op een later moment plaatsvinden, nadat de eerste operatie waarbij de tumor is verwijderd al heeft plaatsgevonden. Ook dan bestaan er allerlei mogelijkheden die per ziekenhuis verschillen – laat je goed informeren. BVN raadt je aan om (ook) met de plastisch chirurg te praten over de opties.

Als bepaalde technieken niet in jouw eigen ziekenhuis worden aangeboden, dan kan je mogelijk in een ander ziekenhuis worden geholpen. Het gaat erom wat het beste past bij jou.

4) Doorlooptijden

De tijd tussen diagnose en de start van behandeling verschilt per ziekenhuis. Hoewel het voor veel mensen voelt als ‘zo snel mogelijk behandelen’, is er vaak ook ruimte om nog na te denken en eventueel een tweede gesprek aan te vragen.

5) Erfelijkheid

BVN vindt het van belang dat er een goede samenwerking is met klinisch genetici (dokters die alles weten van erfelijke (borst)kanker). De academische ziekenhuizen (UMC’s) hebben een eigen afdeling met klinisch genetici. In steeds meer ziekenhuizen hebben deze dokters ook spreekuren op locatie. Vraag naar de mogelijkheden.

6) Systemische therapie voorafgaand aan operatie

Sinds enkele jaren worden steeds meer borstkankerpatiënten voorafgaand aan de operatie waarbij de tumor wordt verwijderd, voorbehandeld met chemotherapie of doelgerichte therapie (HER2/neu positieve tumoren). Deze behandelingen worden ook wel ‘systemische therapie’ genoemd. Het starten voorafgaand aan de operatie met deze behandeling(en) heet ‘neoadjuvant’.

Een van de voordelen van neoadjuvante systemische therapie bij borstkanker is dat het ervoor kan zorgen dat de tumor kleiner wordt, waardoor er vaker een borstsparende operatie mogelijk is (en lymfeklieren niet verwijderd hoeven worden). Daarnaast kunnen de artsen zien wat het effect van de behandeling met chemo- of doelgerichte therapie is op de tumor, om zo eventuele vervolgbehandelingen beter te kunnen inzetten.

In de richtlijn staat dat de volgende neoadjuvante systemische therapie wordt ingezet bij de volgende kenmerken:

  • 70 jaar of jonger met een tumor gelijk aan of groter dan 2 centimeter (ongeacht aangedane lymfeklieren), zonder uitzaaiingen op afstand
  • Triple negatieve borstkanker (niet hormoongevoeling en niet HER2neu positief), zonder uitzaaiingen op afstand
  • Her2/Neu positieve invasieve borstkanker zonder uitzaaiingen op afstand

De indicator geeft aan in hoeverre er neo-adjuvante systemische therapie is ingezet bij mensen die daarvoor in aanmerking komen. Als een ziekenhuis niet 100% scoort, hoeft dat niet per se slecht te zijn. Het kan namelijk zijn dat het de keuze van de patiënt zelf is om niet met het behandelvoorstel akkoord te gaan. Vooralsnog is er bij ons geen minimale norm vanuit de beroepsgroep bekend.

Tot slot – bereid je goed voor op gesprekken met zorgverleners

BVN biedt met de website B-bewust een manier om je goed te kunnen voorbereiden op gesprekken over behandelingen en gevolgen daarvan. Via deze website kun je een persoonlijke checklist samenstellen met voor jou belangrijke vragen.