Alexander Monro Ziekenhuis

Algemeen
Eventuele bijzonderheden: 
Indien er sprake is van een samenwerkingsverband of zorg op meerdere locaties kunt u dat hier lezen.
Gespecialiseerd borstkankerziekenhuis
Website mammacare 
Het is belangrijk dat op de website van het ziekenhuis naast informatie over de ziekte ook goed wordt uitgelegd wat patiënten kunnen verwachten als ze daar behandeld worden. Bijv.: wat gebeurt er wanneer je opgenomen wordt voor de operatie? Welke tips heeft het ziekenhuis  als goede voorbereiding op de operatie, of voor de eerste chemotherapie? Wanneer u op "klik hier" klikt, komt u op de website van het ziekenhuis met informatie over borstkankerzorg.
Klik hier
Behandelingen op locatie: 
Het ziekenhuis geeft aan of het volledige zorgtraject op deze locatie wordt aangeboden of specifieke onderdelen.
Klik op +
Diagnose en nazorg 
Onder diagnose vallen alle onderzoeken die nodig zijn om te bepalen of er sprake is van borstkanker en welke kenmerken de tumor heeft. Met nazorg worden gesprekken en controles na afloop van de behandeling(en) bedoeld.
Ja
Operatie 
Tijdens een operatie wordt de tumor uit de borst verwijderd (en soms ook klieren in het okselgebied). Een operatie kan borstsparend zijn maar soms is het nodig om de gehele borst te verwijderen (amputatie).
Ja
Chemotherapie 
Chemotherapie is een behandeling met medicijnen (cytostatica) die erop is gericht om het proces van celdeling stop te zetten. Alle delende cellen - dus ook de gezonde cellen - worden met chemotherapie aangepakt. Soms wordt chemotherapie voorafgaand aan de operatie gegeven (‘neo-adjuvant’). Chemotherapie kan ook in combinatie met andere behandelingen worden gegeven (radiotherapie, hormoontherapie).
Ja
Radiotherapie 
Bestralingsafdeling. Niet ieder ziekenhuis heeft zo'n afdeling, borstkankerpatiënten worden dan bestraald in ziekenhuizen die deze voorzieningen wel hebben. Er zijn 23 radiotherapeutische centra in Nederland, meestal als afdeling in het ziekenhuis zelf, soms als aparte instelling.
Nee
Lintje voor patiëntgerichte borstkankerzorg 
Borstkankervereniging Nederland heeft normen opgesteld voor patientgerichte borstkankerzorg. Ziekenhuizen die daaraan voldoen krijgen als teken daarvan het roze lintje. Wanneer ziekenhuizen op meer dan 1 locatie borstkankerzorg bieden ontvangt de gehele ziekenhuisgroep het lintje, maar worden de locaties waar geen operatie plaatsvindt aangegeven met een grijs lintje. Jaarlijks wordt door Borstkankervereniging Nederland de lat weer wat hoger gelegd, de normen t.a.v patientgerichte borstkankerzorg worden stapsgewijs strenger gemaakt. De ziekenhuizen die voldoen aan onze normen worden gemarkeerd met een roze lintje. Het roze lintje is GEEN medisch keurmerk en zegt niets over de medische kwaliteit van een ziekenhuis.

Dit ziekenhuis heeft het roze lintje voor patiëntgerichte borstkankerzorg toegekend gekregen van BVN.
Samenstelling mammateam  
Het MDO bestaat standaard uit: een NVCO gecertificeerde chirurg, een internist-oncoloog, een radioloog, een radiotherapeut, een patholoog, een plastisch chirurg en een casemanager / verpleegkundig specialist, allen met aandachtsgebied borstkanker. Een klinisch geneticus is op afroep beschikbaar en is onderdeel van het mammateam. Dit team bestaat tevens uit minimaal een 2e NVCO gecertificeerde chirurg, een 2e internist-oncoloog, een tweede radioloog en een mammacare verpleegkundige of verpleegkundig specialist, allen met aandachtsgebied borstkanker.
Aantal behandelde patiënten  
Het ziekenhuis behandelt minimaal 100 nieuwe borstkankerpatiënten per jaar (primair mammacarcinoom)
Deelname patiënt ervaringsonderzoek  
Van 40% van de in 2018 gediagnostiseerde patiënten is het e-mailadres aangeleverd om deel te nemen aan het patiëntervaringsonderzoek PREM, module Mammacare maligne EN er zijn voldoende respondenten zodat criteria berekend kunnen worden (n>= 25 in landelijke benchmark, na case mix correctie).
Percentage achtergebleven kankerweefsel  
Maximaal 15% van de patiënten heeft na de eerste borstsparende operatie bij invasief mammacarcinoom (meer dan focaal) achtergebleven kankerweefsel (excl. neo-adjuvante behandeling en DCIS).
Begeleiding 
Minimaal 90% van de patiënten geeft aan altijd te weten bij wie zij/hij terecht kon met vragen.
Informatie 
Minimaal 90% van de patiënten geeft aan dat dingen altijd op een begrijpelijke manier werden uitgelegd.
Gedeelde besluitvorming 
Er is aantoonbaar aandacht voor gedeelde besluitvorming: in de informatie wordt standaard verwezen naar hulpmiddelen die patiënten voorbereiden op en betrekken bij het maken van keuzes omtrent de behandeling(en). En: minimaal 95% van de patiënten geeft aan dat helemaal of grotendeels is verteld wat de voor- en nadelen van verschillende behandelingen of operaties zijn.
Psychosociale zorg 
Een psycholoog / maatschappelijk werker met aandachtsgebied oncologie maakt standaard onderdeel uit van het mammateam EN minimaal 80% geeft aan meestal of altijd geïnformeerd te zijn over hulp en andere begeleidingsmogelijkheden bij het verwerken van emoties door kanker.
 
Psycholoog of maatschappelijk werker
Minimaal 80% van de patiënten geeft aan meestal of altijd geïnformeerd te zijn over hulp en andere begeleidingsmogelijkheden bij het verwerken van emoties door kanker.
Herstel tijdens en na kanker 
Alle patiënten worden schriftelijk en/of digitaal geïnformeerd over beweegprogramma’s tijdens en na behandeling (op eigen ziekenhuislocatie of actieve doorverwijzing) EN 70% van de patiënten geeft aan helemaal te weten bij wie zij/hij in het ziekenhuis terecht kon met vragen of problemen na afloop van de behandeling(en).
 
Informeren van patiënten over beweegprogramma’s tijdens en na de behandeling
Minimaal 70% van de patiënten geeft aan helemaal te weten bij wie zij/hij in het ziekenhuis terecht kon met vragen of problemen na afloop van de behandeling(en).
Uitgezaaide borstkanker 
Elke patiënt met uitgezaaide borstkanker heeft een vaste medisch oncoloog met aandachtsgebied borstkanker als hoofdbehandelaar en een vast contactpersoon. Deze oncoloog ziet de patiënt minimaal 2 keer per jaar zelf.
Wetenschappelijk onderzoek 
Er wordt deelgenomen aan medisch wetenschappelijk onderzoek (klinische trials, op basis van BOOG) en/ of patiënten worden aantoonbaar digitaal geïnformeerd over bestaande trials voor wat betreft borstkanker.
Voldoet aan deelname patiënttevredenheidsonderzoek 
Dit ziekenhuis neemt actief deel aan een landelijk onderzoek om de ervaringen met de zorg door patiënten te laten beoordelen. Dit onderzoek heet PREM, module Mammacare en deelname is anoniem. Op deze manier krijgt het ziekenhuis zelf inzicht in hoe patiënten de zorg ervaren en kunnen ze eventueel verbeteracties inzetten. Ook BVN en zorgverzekeraars krijgen op ziekenhuisniveau jaarlijks de resultaten te zien. Een deel daarvan is verwerkt in deze Monitor Borstkankerzorg. patiënttevredenheidsmeting PREM mammacare.
Ja
NPS score kwaadaardig 
De Net Promoter Score (NPS) is een belangrijke indicatie voor tevredenheid en loyaliteit en komt uit het bedrijfsleven. Hoe hoger deze score, hoe meer tevreden en loyaal mensen zijn. Centraal staat de vraag hoe waarschijnlijk het is dat mensen een organisatie zouden aanbevelen aan anderen. De score wordt berekend door het percentage mensen dat een instelling actief zou aanbevelen (cijfer 9 of 10) af te trekken van mensen die kritischer zijn (cijfers 0 t/m 6).
94%
% Patiënten dat dit ziekenhuis aanbeveelt (cijfer 9 of 10) 
Het landelijk gemiddelde ligt op 73% (uitkomsten tussen de 49% en 95%)
94%
% Patiënten dat passief tevreden is (cijfer 7 of 8) 
Het landelijk gemiddelde ligt op 24% (uitkomsten tussen de 5% en 42%)
6%
% Patiënten dat criticaster is (cijfers 0 t/m 6) 
Het landelijk gemiddelde ligt op 3% (uitkomsten tussen de 0% en 10%)
0%
NPS score goedaardig 
De Net Promoter Score (NPS) is een belangrijke indicatie voor tevredenheid en loyaliteit en komt uit het bedrijfsleven. Hoe hoger deze score, hoe meer tevreden en loyaal mensen zijn. Centraal staat de vraag hoe waarschijnlijk het is dat mensen een organisatie zouden aanbevelen aan anderen. De score wordt berekend door het percentage mensen dat een instelling actief zou aanbevelen (cijfer 9 of 10) af te trekken van mensen die kritischer zijn (cijfers 0 t/m 6).
Onbekend
% Patiënten dat dit ziekenhuis aanbeveelt (cijfer 9 of 10) 
Het landelijk gemiddelde ligt op 70% (uitkomsten tussen de 56% en 87%)
Onbekend
% Patiënten dat passief tevreden is (cijfer 7 of 8) 
Het landelijk gemiddelde ligt op 27% (uitkomsten tussen de 13% en 44%)
Onbekend
% Patiënten dat criticaster is (cijfers 0 t/m 6) 
Het landelijk gemiddelde ligt op 3% (uitkomsten tussen de 0% en 11%)
Onbekend
Mammateam
Aantal patiënten met een primair mammacarcinoom geopereerd in 2018 
Belangrijk is dat in het ziekenhuis werkende borstkankerspecialisten hun ervaring en kennis actief op peil houden. BVN vindt dat het ziekenhuis hiervoor tenminste 100 nieuwe borstkankerpatiënten per jaar zou moeten opereren. Bron: NBCA (beroepsgroep).
275
Aantal patiënten met een primair mammacarcinoom geopereerd (gemiddeld over 2017 en 2018) 
Omdat het aantal behandelde patiënten per jaar sterk kan varieren maakt BVN ook het gemiddeld aantal patiënten over 2 jaar openbaar.
274
Samenstelling multidisciplinair mammateam volgens eisen BVN 
Onder een multidisciplinair mammateam wordt verstaan een in borstkanker gespecialiseerd vast team van alle betrokken artsen en zorgverleners. Dit team heeft structureel overleg a) voorafgaand aan de behandeling om het behandelplan op te stellen, b) achteraf om de uitgevoerde behandeling te evalueren. De samenstelling en werkwijze van het mammateam team kan per ziekenhuis verschillen.
Ja
Gecertificeerde NVCO chirurg 
Een gecertificeerde NVCO chirurg is gespecialiseerd in chirurgie bij kanker. De NVCO staat voor de Nederlandse Vereniging van Oncologische Chirurgie. Dokters moeten extra scholing volgen als zij dit certificaat willen behalen.
Ja, vast
Internist oncoloog 
Medisch oncologen zijn internisten die zich hebben toegelegd op de behandeling van kankerpatiënten met medicijnen. Zij zijn verantwoordelijk voor de chemotherapie, hormoontherapie en immunotherapie.
Ja, vast
Radioloog 
De radioloog is een arts die gespecialiseerd is in het verrichten van onderzoek en het stellen van diagnoses met behulp van afbeeldingen van weefsels en organen. Een radioloog kan met röntgenonderzoek, echografie, MRI of ander onderzoek vaststellen of een lichaamsdeel of orgaan afwijkend of gezond is. De radioloog doet ook puncties. Als de behandelend huisarts of specialist niet met zekerheid kan zeggen wat een patiënt mankeert, laat hij of zij in overleg met de radioloog een medisch beeldvormend onderzoek doen. De diagnose en het advies van de radioloog zijn meestal bepalend voor de behandeling.
Ja, vast
Radiotherapeut 
De radiotherapeut is een oncoloog specialist, opgeleid om kankerpatiënten met verschillende soorten bestralingen te behandelen. De bestralingen worden uitgevoerd door bestralingstherapeuten (radiotherapeutisch laboranten of MBB-ers, medisch beeldvormend- en bestralingdeskundigen).
Ja, vast
Patholoog 
Een medisch specialist, die met behulp van microscopen op cel- en weefselmateriaal van patiënten diagnosen stelt. De patholoog onderzoekt weefsel op wat voor gezwel, tumor of ontsteking men te maken heeft. In sommige gevallen voert de patholoog een cytologische punctie uit. Met een dun naaldje dringt hij door in de knobbel, bijvoorbeeld in de borst of elders in het lichaam en neemt een stukje weefsel weg voor onderzoek. De diagnose die de patholoog stelt na onderzoek wordt verwerkt in een PA-verslag dat hij aan de behandelend arts overdraagt. Deze stelt aan de hand van dit verslag en alle andere gegevens van de leden van het multidisciplinaire team een behandelplan op.
Ja, vast
Plastisch chirurg 
Het is belangrijk dat een plastisch chirurg lid is van het multidisciplinair mammateam. Adviezen t.a.v. wel of geen (directe) borstreconstructie, gedeeltelijke vetweefselopvulling bij borstsparend geopereerde patiënten of de richting van het litteken kan op deze wijze optimaal worden bekeken en worden afgesproken t.b.v. de operatie.
Ja, vast
Klinisch geneticus 
Een klinisch geneticus is een medisch specialist. Deze wordt ook wel erfelijkheidsarts genoemd. Een klinisch geneticus onderzoekt of er sprake is van familiaire of erfelijke aanleg voor een bepaalde ziekte en adviseert hoe hiermee om te gaan. BVN vindt het van belang dat een klinisch geneticus vast betrokken is in het mammateam. Deze draagt er zorg voor dat patiënten met mogelijk familiaire of erfelijke aanleg voor borstkanker informatie krijgen en getest kunnen worden en schat in of dat met spoed moet gebeuren. De informatie over erfelijke aanleg kan van invloed zijn op de behandelmogelijkheden.
Ja, vast
Casemanager of verpleegkundig specialist 
Een verpleegkundig specialist mammacare is een verpleegkundige met medische en verpleegkundige taken binnen de zorg rondom patiënten met aandoeningen aan de borst. Zij/hij is werkzaam op de mammapolikliniek en zorgt ervoor dat alles zo snel en goed mogelijk verloopt. Zij/hij neemt, onder supervisie van de chirurg, een aantal medische taken over.
Ja, vast
Mammacareverpleegkundige 
Een mammacareverpleegkundige is een speciaal opgeleide verpleegkundige om patiënten met borstaandoeningen, waaronder borstkanker, te begeleiden. Vaak treedt de verpleegkundige mammacare, de verpleegkundig specialist op als aanspreekpunt.
Ja, vast
Psycholoog of maatschappelijk werker 
Borstkankerpatiënten zullen vanaf het begin van alle onderzoeken en behandelingen goed moeten worden begeleid. Een klinisch psycholoog en/of maatschappelijk werk kunnen vanaf het begin adviezen geven t.a.v. begeleiding en inventarisatie met lastmeter of PROMs. Ook kunnen zij gesprekken met de patiënt en naasten aangaan als er reden is voor (extra) psychosociale begeleiding.
Ja, vast
Physician Assistent 
De physician assistent (PA) wordt ook wel de rechterhand van een medisch specialist genoemd. Onder zijn of haar supervisie voert de PA diverse gedelegeerde medische handelingen uit, stelt behandelplannen op en volgt de situatie van patiënten. De PA houdt zich vooral bezig met de medische behandeling (cure) van patiënten en verlicht daarmee het werk van de medisch specialist.
Nee
Samenstelling wekelijks MDO volgens eisen BVN 
BVN vindt het belangrijk dat in ieder geval de volgende zorgverleners minimaal wekelijks met elkaar overleggen over patiënten: een NVCO gecertificeerde chirurg, een internist-oncoloog, een radioloog, een radiotherapeut, een patholoog, een plastisch chirurg en een casemanager / verpleegkundig specialist, allen met aandachtsgebied borstkanker. Een klinisch geneticus is op afroep beschikbaar.
Ja
Diagnostiek
Ziekenhuis biedt 24-uurs diagnostiek 
Binnen 24 uur na het nemen van het biopt of punctie wordt de uitslag bekend gemaakt (pathologie); dus dezelfde dag van het afnemen van het biopt of punctie of de dag erna.
Ja
Cytologie (HER2 bepaling nog onbekend) 
Pathologisch onderzoek naar cellen. Via een punctie met dunne naald worden cellen weggehaald en onder de microscoop onderzocht om uit te zoeken of er sprake is van een goedaardige afwijking of kanker. De uitslag is vaak een stuk sneller bekend dan bij histologie.
Ja
Ook histologie (HER2 bepaling nog onbekend) 
Ook histologie (HER2 bepaling nog onbekend)
Ja
Ook histologie (HER2 bepaling bekend) 
Pathologisch onderzoek naar weefsel. Via een biopt met een dikke naald (onder plaatselijke verdoving) wordt weefsel afgenomen. Weefselonderzoek is uitgebreider dan cytologie en levert meer informatie op over de tumorkenmerken. Het duurt daarom vaak ook langer voordat de uitslag bekend is.
Ja
Aanvullende onderzoeken: 
Soms is er meer onderzoek nodig om tot een definitieve diagnose te komen. Hiervoor zijn andere methoden / apparatuur nodig. Niet elk ziekenhuis kan dit aanbieden, waardoor je soms naar een collega ziekenhuis moet voor deze onderzoeken.
Klik op +
Mamma-MRI 
MRI (Magnetic Resonance Imaging) kan tumoren in beeld brengen die met andere beeldonderzoeken niet of niet goed genoeg te zien zijn. Door middel van radiofrequente golven (dus geen röntgenstraling) in een elektromagnetisch veld wordt een scan van de borst gemaakt. Via een infuus in je arm wordt tijdens het onderzoek contrastvloeistof ingespoten om onderscheid te kunnen zien tussen tumorweefsel en gezond weefsel. Bij vrouwen onder de 40 heeft de MRI de voorkeur boven het mammogram vanwege de dichtheid van het borstklierweefsel.
Aanwezig op eigen locatie
PET-scan 
Een PET scan (Positron Emissietomografie) kan gebruikt worden om met een heel gevoelige methode uitzaaiingen op te sporen m.b.v. radioactieve contrastmiddelen.
Gebruik faciliteit elders
Afdeling nucleaire geneeskunde 
De afdeling Nucleaire Geneeskunde doet onderzoek en verricht behandelingen met behulp van radioactieve stoffen. Zo wordt de functie van organen / orgaansystemen in beeld gebracht. Zo kunnen kanker en uitzaaiingen opgespoord worden en worden bepaald of een behandeling aanslaat.
Aanwezig op eigen locatie
MRI geleide biopten 
Soms is de verdachte afwijking in een borst niet te zien op de echografie en mammografie. Deze afwijking is dan alleen zichtbaar op een MRI-scan. Er kan dan een biopt onder MRI-geleide worden verricht. Een biopsie van de borst wil zeggen het uit de borst nemen van een aantal weefselstukjes, ook wel biopten genoemd. MR-geleid betekent dat de biopsie wordt uitgevoerd terwijl u op de MRI tafel ligt.
Aanwezig op eigen locatie
Afnemen gen expressietest (bijv. mammaprint of oncotype) 
De genexpressie test brengt de genetische eigenschappen van een tumor exact in kaart. Zo kan ingeschat worden wat de kans op uitzaaiingen en kans op terugkeer van kanker is. Aan de hand van deze gegevens kunt u samen met de oncoloog en de chirurg bepalen welke behandeling voor u het beste is.
Gebruik faciliteit elders
% patiënten wat aangaf dat zij indien gewenst het pathologieverslag hebben gekregen 
Het landelijk gemiddelde ligt op 70% (uitkomsten tussen de 46% en 98%)
57%
% patiënten waarbij altijd of meestal rekening werd gehouden met de persoonlijke situatie bij het maken van afspraken 
Het landelijk gemiddelde ligt op 89% (uitkomsten tussen de 73% en 100%)
94%
% patiënten dat aangaf dat zij altijd binnen een kwartier na de afgesproken tijd werden geholpen 
Het landelijk gemiddelde ligt op 31% (uitkomsten tussen de 6% en 55%)
34%
Behandeling
Mediane wachttijd tussen diagnose en operatie (zonder directe reconstructie) 
De mediaan is het midden van een verdeling, dat wil zeggen dat 50% van de dagen tot operatie onder het aantal dagen dat u hier ziet ligt en 50% erboven. De gemiddelde mediane wachttijd is 27 dagen, de minimale wachttijd in 2018 was 16 dagen en de maximale mediane wachttijd was 43 dagen.
25
Mediane wachttijd tussen diagnose en operatie (met directe reconstructie) 
De mediaan is het midden van een verdeling, dat wil zeggen dat 50% van de dagen tot operatie met directe borstreconstructie onder het aantal dagen dat u hier ziet ligt en 50% erboven. De gemiddelde mediane wachttijd is 38 dagen, de minimale wachttijd in 2018 was 26 dagen en de maximale mediane wachttijd was 64 dagen.
26
Mediane wachttijd tussen diagnose en start chemotherapie 
De mediaan is het midden van een verdeling, dat wil zeggen dat 50% van de dagen tot operatie met directe borstreconstructie onder het aantal dagen dat u hier ziet ligt en 50% erboven. De gemiddelde mediane wachttijd is 26 dagen, de minimale wachttijd in 2018 was 19 dagen en de maximale mediane wachttijd was 39 dagen.
19
% patiënten met achtergebleven kankerweefsel na borstsparende operatie invasief mammacarcinoom (norm max.15%) 
Bij borstkankeroperaties komt het voor dat het borstkankerweefsel niet geheel verwijderd blijkt te zijn. De patholoog anatoom vindt in de snijvlakken tumorcellen. Dat betekent dat door de rand of een uitloper van de tumor is gesneden. Ook kan er uit voorafgaande diagnostiek niet duidelijk zijn dat er een grotere tumoruitbreiding was, of meerdere (soms op de röntgenfoto’s onzichtbare) tumoren bleken te zijn, de zogenaamde multifocale tumoren. De patiënt moet dan opnieuw “onder het mes”. Het percentage patiënten met achtergebleven kankerweefsel  is een maat voor het aantal re-operaties dat nodig is. Als dit percentage beneden 15% is, valt het binnen de in Nederland algemeen geaccepteerde grens (richtlijn NABON = NAtionaal BorstkankerONderzoek). BVN stelt als criterium dat maximaal 15% van de patiënten met een invasieve borstkanker na de operatie nog achtergebleven borstkankerweefsel heeft waarvoor re-operatie nodig is. Bron: NBCA (beroepsgroep).
1%
Mogelijkheid gelijktijdig uitvoeren borstamputatie en reconstructie (directe reconstructie) 
Het ziekenhuis biedt de mogelijkheid om tegelijkertijd met de operatie waar de tumor wordt verwijderd, een reconstructie van de borst(en) uit te voeren.
Ja
% patiënten dat een borstcontour heeft behouden na operatieve behandeling voor invasief M0 mammacarcinoom 
De borstcontour blijft behouden als er of borstsparend wordt geopereerd (geen amputatie) of wanneer de borst verwijderd wordt (amputatie) en er meteen een borstreconstructie wordt uitgevoerd (directe reconstructie).
73%
Aantal directe reconstructies sept. 2017 t/m okt. 2018 
Het aantal directe reconstructies geeft weer hoeveel patiënten in hun eerste operatie een reconstructie van de borst hebben ondergaan. Wanneer dit mogelijk is hoeft een patiënt niet nogmaals een tweede operatie te ondergaan, en wordt niet onnodig belast met een extra operatie. Helaas komt niet iedereen die geopereerd wordt in aanmerking voor een directe reconstructie. BVN vindt het belangrijk dat de mogelijkheid hiervoor besproken wordt door het ziekenhuis.
79
Aantal directe reconstructie met prothese 
Bij een directe reconstructie met prothese wordt tijdens de operatie voor het verwijderen van de tumor een borstprothese in de borst geplaatst. Deze prothese bestaat uit een siliconen omhulsel, gevuld met siliconengel, een fysiologische zoutoplossing of een combinatie van beide. Als de huid voldoende soepel is, wordt de nieuwe borst gevormd met een prothese.
76
Aantal directe reconstructies met lichaamseigen weefsel 
Bij een directe reconstructie met lichaamseigen weefsel wordt tijdens de operatie voor het verwijderen van de tumor een 'nieuwe' borst gereconstrueerd. Dit gebeurt niet met een prothese maar met eigen vet en spierweefsel. Er bestaan meerdere technieken. De operatie is complexer dan een directe reconstructie met prothese.
2
Aantal directe reconstructie met een prothese en lichaamseigen weefsel 
Een directe reconstructie met een prothese en lichaamseigenweefsel kan worden toegepast wanneer tijdens de borstamputatie ook de grote borstspier is weggehaald of wanneer er te weinig huid van goede kwaliteit is overgebleven om een nieuwe borst te kunnen reconstrueren. M.b.v. de rugspier (+ huid) in combinatie met prothese wordt een nieuwe borst gereconstrueerd. Bron: NBCA (beroepsgroep).
1
Mogelijkheid reconstructie met lichaamseigen weefsel (2e operatie) 
Het ziekenhuis biedt de mogelijkheid om na een amputatie een tweede operatie uit te voeren om de borst te reconstrueren met lichaamseigen weefsel. Bekende behandelmogelijkheden hiervoor is de DIEP lap / flap methode, maar er zijn ook andere microchirurgische reconstructies met lichaamseigen weefsel mogelijk. Bij deze reconstructietechniek heb je geen prothesen meer nodig om een borst te maken nadat deze voor bijvoorbeeld borstkanker is geamputeerd.
Ja
Minimaal 95% van de patiënten geeft aan dat de voor- en nadelen van verschillende behandelingen en operaties helemaal of grotendeels zijn besproken 
Het landelijk gemiddelde ligt op 92% (uitkomsten tussen de 82% en 100%)
Ja
% patiënten dat aangeeft dat het verwachte resultaat helemaal is besproken 
Het landelijk gemiddelde ligt op 63% (uitkomsten tussen de 44% en 81%)
60%
Mogelijkheid voor hoofdhuidkoeling 
Hoofdhuidkoeling wordt toegepast om haaruitval ten gevolge van chemotherapie te verminderen. De resultaten van hoofdhuidkoeling variëren sterk, het succespercentage is onder meer afhankelijk van het soort chemotherapie. In het algemeen wordt hoofdhuidkoeling goed verdragen, mits de patiënt goed geïnformeerd is. Toch kan hoofdhuidkoeling ook als zeer onaangenaam ervaren worden. Zie voor de voor- en nadelen www.geefhaareenkans.nl.
Ja
Hulpprogramma lymfoedeem 
Ongeveer 30 – 40% van de borstkankerpatiënten loopt het risico een lymfoedeemarm te krijgen na een okselkliertoilet. Tijdige de behandeling is het noodzakelijk om problemen zoveel mogelijk tot het minimale te beperken. Naast lymfoedeem in de arm kunnen ook lymfoedeemproblemen ontstaan in de geopereerde borst (sparend) of in de borstwand (na amputatie) (www.lymfoedeem.nl).
Ja, vaste verwijsadressen/ samenwerking
Minimaal 90% van de patiënten geeft aan altijd te weten bij wie zij terecht kunnen met vragen 
Het landelijk gemiddelde ligt op 87% (uitkomsten tussen de 62% en 97%)
Nee
Minimaal 70% van de patiënten geeft aan helemaal te weten bij wie zij/hij in het ziekenhuis terecht kon met vragen of problemen na afloop van de behandeling(en). 
Het landelijk gemiddelde ligt op 72% (uitkomsten tussen de 46% en 93%)
Ja
% patiënten dat aangeeft dat er altijd genoeg rekening werd gehouden met hun privacy. 
Het landelijk gemiddelde ligt op 83% (uitkomsten tussen de 65% en 95%)
92%
Wetenschappelijk onderzoek
Informeren patiënten over wetenschappelijk onderzoek 
Informeren patiënten over wetenschappelijk onderzoek
Ja, zowel mondeling als schriftelijk/ digitaal
Actieve deelname wetenschappelijk observationeel onderzoek 
Wetenschappelijk onderzoek levert een bijdrage aan de ontwikkeling van betere behandelingen voor borstkankerpatiënten. Daarnaast zorgt deelname aan wetenschappelijk onderzoek voor meer expertise binnen een ziekenhuis. Daarom vindt BVN het belangrijk dat ziekenhuizen actief hun bijdrage leveren aan wetenschappelijk onderzoek. Bij observationeel onderzoek vindt er geen interventie plaats bij patiënten, maar wordt er onderzoek gedaan op basis van bestaande informatie zonder dat de patiënt daarbij betrokken is. Actieve deelname geeft aan dat het ziekenhuis het afgelopen jaar patiënten(gegevens) heeft toegevoegd als input voor onderzoek. Als er 'nee' staat zijn er vorig jaar geen nieuwe patiënten aan onderzoek toegevoegd.
Ja
Actieve deelname medisch wetenschappelijk onderzoek (trials) 
Wetenschappelijk onderzoek levert een bijdrage aan de ontwikkeling van betere behandelingen voor borstkankerpatiënten. Daarnaast zorgt deelname aan wetenschappelijk onderzoek voor meer expertise binnen een ziekenhuis. Daarom vindt BVN het belangrijk dat ziekenhuizen actief hun bijdrage leveren aan wetenschappelijk onderzoek. Bij medisch wetenschappelijk onderzoek (trials) worden bijvoorbeeld nieuwe (combinaties van) behandelingen getest. Patiënten kunnen onder bepaalde voorwaarden hieraan deelnemen. Vaak worden ze dan ingedeeld in een experimentele groep en een controlegroep die de normale behandeling krijgt. Actieve deelname geeft aan dat het ziekenhuis het afgelopen jaar patiënten(gegevens) heeft toegevoegd als input voor onderzoek. Als er 'nee' staat zijn er vorig jaar geen nieuwe patiënten aan onderzoek toegevoegd.
Ja
LORD trial 
Deze studie onderzoekt of de standaardbehandeling bij laaggradig Ductaal Carcinoom In Situ (DCIS) bestaand uit een operatie eventueel gevolgd door bestraling en/of hormoontherapie veilig weggelaten kan worden. Dit kan vrouwen onnodige operaties, bestralingen en/of hormonale therapie besparen. Veilig weglaten wordt nauwlettend gevolgd, hetgeen betekent dat vrouwen een jaarlijks mammogram krijgen om eventuele veranderingen van de DCIS te bepalen.
Ja
Top-1 trial 
In deze studie wordt gekeken naar het effect van het achterwege laten van de standaard bestraling bij oudere vrouwen (70+) die een borstsparende operatie hebben ondergaan. Doel is om overbehandeling te voorkomen met dezelfde overleving. De arts beoordeelt aan de hand van de medische gegevens of patiënten daadwerkelijk voor dit onderzoek in aanmerking komen.
Ja
SONIA trial 
Deze studie onderzoekt of de standaardbehandeling bij laaggradig Ductaal Carcinoom In Situ (DCIS) bestaand uit een operatie eventueel gevolgd door bestraling en/of hormoontherapie veilig weggelaten kan worden. Dit kan vrouwen onnodige operaties, bestralingen en/of hormonale therapie besparen. Veilig weglaten wordt nauwlettend gevolgd, hetgeen betekent dat vrouwen een jaarlijks mammogram krijgen om eventuele veranderingen van de DCIS te bepalen. De arts beoordeelt aan de hand van de medische gegevens of patiënten daadwerkelijk voor dit onderzoek in aanmerking komen.
Ja
Andere trialsOnbekend
Aanspreekpunt
% patiënten dat aangaf altijd of meestal een vast aanspreekpunt te hebben. 
Het landelijk gemiddelde ligt op 95% (uitkomsten tussen de 81% en 100%)
82%
Vaste medisch oncoloog 
BVN vindt het van belang dat de medisch oncoloog patiënten met uitgezaaide borstkanker behandelt en ook zelf ziet.
Ja
Frequentie contact medisch oncoloog en patiënt met uitgezaaide borstkanker 
BVN vindt het belangrijk dat de patiënt met uitgezaaide borstkanker de medisch oncoloog meerdere malen per jaar zelf ziet.
Gemiddeld tussen de 6 en 11 keer per jaar
Patiënten met uitgezaaide borstkanker hebben een vast contactpersoon 
BVN vindt het belangrijk dat mensen met uitgezaaide borstkanker een vast aanspreekpunt heeft en dat dit of de medisch oncoloog of een gespecialiseerd verpleegkundige is.
Ja
% patiënten dat aangeeft dat de contactperso(o)n(en) altijd telefonisch of via de mail te bereiken waren 
Het landelijk gemiddelde ligt op 76% (uitkomsten tussen de 53% en 94%)
73%
% patiënten dat aangeeft altijd de gelegenheid te hebben om vragen te stellen 
Het landelijk gemiddelde ligt op 94% (uitkomsten tussen de 85% en 100%)
98%
Erfelijkheid
Is er een polikliniek familiaire tumoren? 
Sommige ziekenhuizen hebben een speciale polikliniek waarbinnen genetici (erfelijkheidsdeskundigen) werken die kunnen nagaan of borstkanker erfelijk in bepaalde families voorkomt. Soms worden de genetische defecten niet aangetoond bij patiënten, maar is duidelijk dat de tumor familiair voorkomt. Leden van deze families kunnen in specifieke extra screeningsprogramma’s worden opgenomen om de evt. risico’s op het krijgen van borstkanker zo scherp mogelijk te volgen zodat de tumor snel ontdekt en behandeld kan worden. Ook begeleiding en adviezen over het preventief wegnemen van borstklierweefsel wordt via deze poliklinieken begeleid.
Aanwezig op eigen locatie
% patiënten dat aangeeft aan dat er is gevraagd naar erfelijke factoren 
Het landelijk gemiddelde ligt op 96% (uitkomsten tussen de 89% en 100%)
98%
Ontvangen patiënten schriftelijke informatie over erfelijkheid? 
Aan alle patiënten die verwezen worden naar de geneticus of de genetisch consulente wordt voorlichtingsmateriaal (schriftelijk en/of digitaal) uitgereikt. BVN vindt dat alle patiënten moeten kunnen nalezen wat erfelijke borstkanker betekent voor henzelf en ook voor hun familieleden.
Ja, indien de patiënt in aanmerking komt voor erfelijkheidsonderzoek
Ziekenhuis informeert patiënten over mogelijke erfelijke aanleg voor borstkanker 
Ziekenhuis informeert patiënten over mogelijke erfelijke aanleg voor borstkanker
Ja, alleen mondeling
Klinisch geneticus in team 
BVN vindt het van belang dat een klinisch geneticus vast onderdeel uitmaakt van het mammateam. Dit ter ondersteuning van mensen met een mogelijke erfelijke belasting of aangetoonde genmutatie. Maar ook om de expertise omtrent erfelijke vormen van borstkanker te boren binnen het team.
Ja, vast
Klinisch geneticus in MDO 
BVN vindt het belangrijk dat, indien nodig, er een klinisch geneticus aansluit tijdens het multidisciplinaire overleg (MDO) vanwege de specifieke expertise omtrent erfelijke vormen van borstkanker.
Ja, vast
Gedeelde besluitvorming
Beschikbaar stellen hulpmiddelen die patiënten voorbereiden op en betrekken bij het maken van keuzes omtrent de behandeling 
Beschikbaar stellen hulpmiddelen die patiënten voorbereiden op en betrekken bij het maken van keuzes omtrent de behandeling. BVN heeft hiervoor B-bewust (www.bbewust.nl)
Ja
% patiënten dat aangeeft dat de gevolgen van eventuele behandelingen helemaal zijn besproken 
Het landelijk gemiddelde ligt op 56% (uitkomsten tussen de 35% en 77%)
52%
% patiënten dat aangeeft dat hun wensen helemaal of grotendeels zijn meegenomen bij de keuze van de behandeling of operatie 
Het landelijk gemiddelde ligt op 94% (uitkomsten tussen de 86% en 100%)
99%
Minimaal 90% van de patiënten geeft aan dat dingen altijd op een begrijpelijke manier werden uitgelegd. 
Het landelijk gemiddelde ligt op 83% (uitkomsten tussen de 61% en 97%)
Ja
Begeleiding overig
% patiënten dat aangeeft dat alle zorgverleners voldoende tijd hadden 
Het landelijk gemiddelde ligt op 81% (uitkomsten tussen de 68% en 95%)
90%
% patiënten dat aangeeft dat zorgverleners hen altijd serieus nemen 
Het landelijk gemiddelde ligt op 90% (uitkomsten tussen de 78% en 100%)
92%
Informeren van patiënten over beweegprogramma’s tijdens en na de behandeling 
Informeren van patiënten over beweegprogramma’s tijdens en na de behandeling
Ja, alleen mondeling
% patiënten dat aangeeft helemaal of grotendeels hulp aangeboden te krijgen bij praktische problemen en het oppakken van de dagelijkse bezigheden 
Het landelijk gemiddelde ligt op 61% (uitkomsten tussen de 24% en 83%)
55%
Minimaal 80% van de patiënten geeft aan meestal of altijd geïnformeerd te zijn over hulp en andere begeleidingsmogelijkheden bij het verwerken van emoties door kanker. 
Het landelijk gemiddelde ligt op 68% (uitkomsten tussen de 43% en 89%)
Nee
Speciaal (voorlichtings)materiaal voor laaggeletterden 
Speciaal (voorlichtings)materiaal voor laaggeletterden
Nee
Speciale polikliniekuren met een tolk 
Speciale polikliniekuren met een tolk
Nee

Locatie

Professor Bronkhorstlaan 10
3723 MB Bilthoven
030-2250910